- Home
- Alle oefeningen
- Melodieën
- Zie ginds komt de stoomboot
Zie ginds komt de stoomboot
Het bekendste liedje over de aankomst van Sinterklaas, gezongen in het Nederlands: het eerste couplet van Jan Schenkman over de stoomboot uit Spanje, op een oude dansmelodie in driekwartsmaat.
Zie ginds komt de stoomboot is het bekendste liedje over de aankomst van Sinterklaas. De tekst komt van de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman (1806–1863), uit zijn prentenboek over Sint Nicolaas van 1850. De melodie is een oude dansmelodie die al rond 1815 in handschriften staat; in 1893 verscheen ze in druk als “Daar ginds komt de stoomboot”, en een kinderliedbundel uit 1916 geeft het lied met de tekst zoals we die nu zingen. De app volgt die melodie, vergeleken met handschriften van rond 1815 en 1820 en een latere notatie. Je zingt het eerste couplet: de stoomboot uit Spanje, Sint Nicolaas, zijn paard en de wapperende wimpels. Dat zijn 47 noten, ongeveer 25 seconden bij 116 tellen per minuut, in driekwartsmaat en in majeur.
Zo doe je het
- Wacht op de twee inteltikken. De piano speelt de eerste frase alleen en speelt daarna met je mee.
- Zing “Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan”: na een korte opmaat beginnen de maten telkens met twee gelijke noten – grondtoon, secunde, de noot vlak onder de grondtoon – en de regel eindigt op de grondtoon.
- De tweede regel herhaalt die melodie; op “Sint Nicolaas” krijgen “Ni-co-” twee snelle achtsten op dezelfde toon.
- Zing “Hoe huppelt zijn paardje het dek op en neer”: deze regel begint op de hoogste noot, de kwint boven de grondtoon, en ligt hoger dan de eerste twee.
- Sluit af met “hoe waaien de wimpels al heen en al weer”: op “waaien de” loopt de melodie in snelle achtsten omhoog naar de hoge noot en daalt dan naar de grondtoon.
Tip van de coach: De meeste regels beginnen met een korte opmaat een kwart onder de grondtoon, maar “Hoe huppelt” begint hoog, op de kwint. Op “Sint Nicolaas” krijgt “Ni-co-” twee snelle achtsten op dezelfde toon, en op “waaien de” loopt de melodie in snelle achtsten omhoog – houd ze licht.
Waar je op moet letten
De opmaat van de eerste, tweede en laatste regel ligt een kwart onder de grondtoon; land daarna precies op de grondtoon. “Hoe huppelt” begint juist hoog, op de kwint, en zakt een kwart. De herhaalde noten (“ginds komt”, “stoomboot”, “Spanje”) zakken graag weg: houd ze op dezelfde hoogte. De noot op “Spanje” en “zie hem” ligt een halve toon onder de grondtoon – zing hem niet te laag. Houd de snelle achtsten op “Sint Nicolaas” en “waaien de” licht en gelijkmatig. Stop als je spanning voelt.
Voor wie
Niveau 2, voor iedereen die het sinterklaasfeest kent en een kort, vrolijk lied wil zingen; het past goed als lichte afsluiter. Bereid je voor met “Interval: reine kwart” en “Toonladder van 5 tonen”. Geen enkel programma bevat het. De dagelijkse training biedt het alleen aan van 1 december tot 6 januari, maar in de bibliotheek staat het het hele jaar.
Opent de app in je browser. Gratis te starten, geen account nodig. Zet eerst een koptelefoon op.
Verwante oefeningen
- Silent Night Een groot bereik (1,5 octaaf) en lange tonen. Een ballad in zijn puurste vorm.
- Amazing Grace Pentatoniek in de praktijk. Melismen op “zing”, “a”, “was”, “but”.
- When the Saints Go Marching In Energiek, met lange tonen aan het eind van de frasen.
- Popfrase: akoestisch couplet Een originele frase in de stijl van akoestische coupletten: laag register, mineurpentatoniek, spraakritme.
- Twang op “nja” Een heldere, smalle “nja” op de eerste vijf trappen van de toonladder, met de kwint aangehouden. Twang is de veilige basis van rockrandjes – de stem klinkt scherp terwijl de keel los blijft.
- Pentatoniek boven een bourdon De piano houdt een lage bourdon aan – de tonica een octaaf lager, als een doedelzak of draailier – en jij zingt de majeurpentatoniek erboven, tot de sext en terug. Je hoort eerst de melodie en zingt hem daarna alleen met de bourdon.